Belichting en belichtingscompensatie

Belichting wil zeggen de hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bij het maken van een foto. De hoeveelheid licht wordt bepaald door het diafragma en de sluitertijd. Door het diafragma en de sluitertijd te combineren met de ISO-gevoeligheid wordt de helderheid van een foto bepaald.

In de automatische opnamemodi en de P-/A-/S-modus wordt de functie voor automatische belichting (AE) geactiveerd, zodat de camera de optimale belichting vaststelt en op basis daarvan automatisch het diafragma, de sluitertijd en de ISO-gevoeligheid instelt. Met de AE-functie kun je foto's maken waarbij de juiste helderheid automatisch wordt beoordeeld door de camera.

Afhankelijk van de situatie kan de helderheid die door de camera als goed wordt beoordeeld, afwijken van wat je had verwacht. In de onderstaande foto die met de AE-functie is genomen, is de belichting gebaseerd op de helderheid tussen de lichte wolk en het donkere gebouw. Als je echter de stapelwolk wilt benadrukken, werkt de donkerdere foto beter. Maar als je het gebouw duidelijker wilt weergeven, is de lichtere foto beter.

Belichtingscompensatie +0,7 Belichtingscompensatie 0 Belichtingscompensatie -0,7

In zulke gevallen wordt het gebruik van de belichtingscompensatie aangeraden.
Belichtingscompensatie is een aanpassing van de belichting die door de camera als juist wordt beoordeeld om dichter bij de gewenste helderheid te komen. Net als in het bovenstaande voorbeeld varieert de juiste helderheid van een foto al naargelang de scene of je persoonlijke voorkeur. Als je een foto helderder wilt maken, stel je de belichtingscompensatie bij in de richting van de plus (+) en als je de foto donkerder wilt maken, stel je de compensatie bij in de richting van de min (-).
Met een digitale camera kun je het resultaat direct bekijken. Stel steeds opnieuw de belichtingscompensatie in om de gewenste helderheid te bewerkstelligen.