Diafragma (f-getal) en A-modus

Het diafragma is het cameraonderdeel waarmee de hoeveelheid licht die de lens binnenvalt, kan worden aangepast. Het diafragma bevindt zich in de lens, zoals je in de onderstaande afbeeldingen kunt zien. De hoeveelheid licht die binnenvalt, wordt aangepast door de grootte van de opening te veranderen.

F1.8 F16

De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt, bepaald door de grootte van de diafragmaopening, wordt aangeduid met f-getallen. F-getallen hebben vaste standaardwaarden, zoals F2, F2.8, F4, F5.6 en F8. Hoe groter het f-getal, des te kleiner de diafragmaopening en des te minder licht de lens binnenkomt. Hoe kleiner het f-getal, des te groter de diafragmaopening en des te meer licht de lens binnenkomt. Als het diafragma bijvoorbeeld wordt gewijzigd van F8 in F5.6, wordt de hoeveelheid licht verdubbeld. Zelfs als de sluitertijd dus wordt verdubbeld, kan het diafragma dezelfde hoeveelheid licht binnenlaten, mits de overige omstandigheden niet zijn veranderd.

Het diafragma beinvloedt ook het bereik van het gebied dat scherp in beeld komt, of de mate van onscherpte in een foto.
In het volgende voorbeeld zie je het verband tussen de mate van onscherpte en de diafragmaopening. Je ziet dat de voor- en achtergrond onscherper worden naarmate het f-getal kleiner wordt.

Over het algemeen geldt dat hoe kleiner het f-getal is, hoe meer licht er in de camera komt en hoe meer onscherpte-effect je kunt aanbrengen. Elke lens heeft een minimaal f-getal, dat de 'maximale diafragmaopening' van de lens wordt genoemd. Raadpleeg de specificaties van de lens om de maximale diafragmaopening ervan te controleren of zie het getal dat op de lens staat (zie onderstaande afbeelding).
Een lens met een klein f-getal wordt doorgaans een 'snelle lens' genoemd.

A-modus (diafragmavoorkeuzemodus)

De A-modus (diafragmavoorkeuzemodus) is een modus waarin je het f-getal naar wens kunt instellen. In deze modus stelt de camera automatisch de sluitertijd en de ISO-gevoeligheid in, zodat foto's met de juiste belichting worden gemaakt.
Deze modus is geschikt als je de voor- en achtergrond wilt vervagen en alleen het hoofdonderwerp scherp wilt hebben, of als je het hele landschap duidelijk wilt weergeven door scherp te stellen op het hele gebied, van voor- tot achtergrond.

Genomen met F1.4 voor achtergrondvervagingGenomen met F11 om het hele beeld inclusief de achtergrond scherp weer te geven

Naarmate het f-getal groter wordt, wordt de opening waardoor het licht binnenvalt kleiner. De sluitertijd wordt overeenkomstig trager, waardoor de foto onscherp kan worden door het bewegen van de camera. In dat geval kun je proberen weer een kleiner f-getal te gebruiken.